Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

VI.

Haar tijd is gevloden, Haar taak is volbracht. Haar arbeid was zorgen, Met liefde en met kracht. God riep haar tot rusten. Haar ruste zij zacht!

Zacht vielen die oogen, Als sluimerziek, dicht. Een heilige vrede Omzweeft haar gezicht; En 't is of heur slapen Omkranst zijn van licht.

Maar echtvriend en kind'ren Staan spraak'loos van smart, Met tranen in de oogen, Met doornen om 't hart; En heden en toekomst Is zwart, alles zwart!

Op 't lest geven allen, Met snikkend geween,

Een kus nog aan moeder, Nog een, en nog een, - En gaan dan, nog omziend, Van 't doodsleger heen.

Nu zie 'k eene vreemde, Maar trouw en vertrouwd, Wier hand, maar met beving, Een sleutelbos houdt, De lijnwaadkast opent, Een laken ontvouwt, - -

Dat is voor de doode: Haar laatste kleedij. - Hoe wit en hoe zuiver! - We denken daarbij Aan 't sneeuwwitte feestkleed Van de Engelenrij! -

Wat, groenend en blauwend, Een sier was van 't veld, Dat geeft, als ons leven Voorbij is gesneld, Het doek, dat als doodkleed, Ons om wordt gespeld.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove