V.
In 't schemeruurtje
Doet grootjes mond
Vertelsels hooren,
Die 't hart bekoren
Der kind'ren, saâmgeschoold in 't rond.
Van tooverfeeën
Verhaalt haar sprook;
En van kasteelen,
En ridderspelen, -
Vertelt ze, - en vaak van Jezus ook.
Soms treft de kleinen
Een zoete schrik;
Soms doen hun lippen
Een kreet ontglippen, -
Of domm'len ze in met hoofdgeknik.