Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

V.

‘Ja,’ spreekt de schelp, het vonnis was: ‘“Vergaan!”’ Maar menigmaal weêrklonk dat op de golven, En in dat graf, dat diep van d' oceaan, Zijn vloten reeds verzonken en bedolven. En toch behoudt de mensch steeds in zijn ziel Nog moed en kracht, om weêr den strijd te wagen, En legt steeds weêr op zijne werf de kiel Van 't schip, dat straks hem over zee zal dragen. Het derven drijft gestaâg tot durven aan, En 't wagen rijst steeds uit de zucht naar 't winnen, En, onder 't zeil, met rondgezwollen baan, Verlaat hij 't land der zielen, die hem minnen. 't Is wonderbaar, - de kleine mensch, zoo stout! 't Is wonderbaar, - de zwakke mensch, zoo krachtig, In 't aangezicht van 't watergraf zoo boud, En, door zijn moed, tot boven d' afgrond machtig!

't Is wonderbaar, - een nieteling, een worm, Die door één zucht van 't windekijn kan sterven, Wordt kameraad van zeegolf en van storm, Als de overkant hem toeroept: ‘Winst verwerven!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove