Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

VII.

Ook dat meldt de schelp me in het zwevend geluid, Dat zacht uit haar plooien komt suizen. Maar 'k breng haar nog eens aan het oor, en ik hoor Nu dit uit haar holte nog ruischen:

Als de zee, in woede ontstoken, Door den stormwind opgeruid, Tegen 't dobb'rend schip komt spoken En den afgrond opensluit; Als de baren en de winden Samen hunne kracht verbinden, Tot verderven en verslinden, Tot verminken en verslaan, 't Roer uit zijn geleding smijten, 't Want ontraaf'len, 't dek doen splijten, Uit den romp de ribben rijten, En al 't scheepvolk doen vergaan, - Zeg dan, mensch: ‘ik ben onmachtig, Mijn vermogen is een niet; Maar de Heere God is krachtig, Hij, die over de elementen, over storm en zee gebiedt!’

Als de mensch, bij 't raad'loos kermen Van zijn broed'ren in den nood,

Aangedreven door ontfermen, Voor hen worstelt met den Dood; Als, hoe fel de orkanen loeien, En hoe hoog de golven groeien, De arm met kloeke kracht blijft roeien En de liefde 't roer omklemt, - Als de kroon komt op dat streven, En om 't haast verloren leven, Dat den naaste is weêrgegeven, 't Jubellied wordt aangestemd, - Zeg dan, mensch: ‘het hart des Heeren Kan niet minder zijn dan 't mijn'; Uit de menschheid kan ik leeren: God, al doet Zijn macht vaak weenen, onze God moet liefde zijn.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove