Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

IV.

En, - als de Verbeelding Me aan 't heden onttrekt, En dan mijn verleden Tot aanzijn weêr wekt;

En veel mij herinnert, Dat schoon was en zoet, Dat diepgang in 't hart had En gloed houdt, voor goed;

Dan zet de gedachte Aan 't bloemrijk weleer Mij meest weêr op plekjes Van 't vaderland neêr.

Het huis mijner ouders, Ons kindervertrek; De tuin, waar 'k in speelde, En klom over 't hek;

De plas, waar 'k in vischte; Het land van den boer, Waar 'k stoeide op de hopperds; De boot, waar 'k in voer; -

't Komt nooit mij te binnen, Of 't hecht met een band, Die 't rood heeft der liefde, Mij vast aan mijn land.

En, denk ik aan later, - Aan 't jawoord der min, Aan echtfeest en eerst'ling, Aan eigen gezin,

Dan zie 'k zich ontrollen Een hagelwit lint, Dat weder mijn leven Aan 't vaderland bindt.

En, denk ik aan vrienden, Die rusten in de aard, En 't graf, dat, vermoed'lijk, Eens mijn stof bewaart,

Dan hecht mij een weefsel Van liefelijk blauw, - De kleur van den hemel, De kleur van de trouw, -

Aan 't land, dat Gods wijsheid Als 't mijne mij gaf, - Het land mijner wiege, En 't land van mijn graf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove