Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

VI.

Maar, - ook edeler macht Zet hem moed bij en kracht. - Zie! daar dobbert de boot, Die tot redding uit nood Is gebouwd en bemand. Oog haar na van het strand. Zie! zij daalt en zij stijgt; En zij klautert en zijgt; - 't Spookt er woedend en fel; 't Is een golvende hel! Maar de riemslag plast voort Langs het hobb'lende boord, En met koop'ren geluid Roept de stuurman: ‘Vooruit!’ En vooruit roeit het volk In de kokende kolk.

En ze naad'ren het wrak Van het schip, dat daar brak; En ze redden een mensch, En nog één, - en hun wensch, Om heel de angstige schaar Uit het grimmig gevaar Te verlossen, gaat door! En langs 't schuimende spoor Gaat het weêr naar de kust, Onder blijdschap en lust. En dáár klinkt het: ‘Hoezee! Ziet! zij brengen ze meê!’ Ja, Goddank! 't is geslaagd, Wat door Liefde is gewaagd. 't Was een hachelijk werk; Maar de Liefde is ook sterk. Door geen vrees overmand, Steekt de Liefde haar hand In de klem van den nood, In den muil van den Dood; En zij dankt haren God Voor haar heilig genot, Als haar wensch is beloond En haar worst'ling bekroond.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove