Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

V.

Het dochterke werd vrouw, een lieve gade en moeder, Die, als een goede geest, den huize zegen deelt, Die woekert met elk uur, die rust'loos is in 't zorgen, Die alle nooden kent, die alle wonden heelt.

Aanschouw haar waar gij wilt; al wat haar ving'ren raken, Verhoogt op eens zijn glans; waar zij is, is het goed; Zij stort in alles ziel; in 't kleine brengt zij waarde, En in den ernst der orde een zachten liefdegloed.

Maar, wilt ge uit ééne zaak haar geest en streven kennen, En orde en reinheid zien, verbonden in één beeld, - Ontsluit die spinde dan, waaruit het blanke linnen U tegenglimt en straalt, met zilverglans bedeeld.

Dat is haar roem en trots; en 't mag zoo; 't is hare eere, 't Getuigt van vlijt en zorg, van orde en regelmaat. Die keur'ge lijnwaadschat is 't witte veld te noemen, Waarop in gouden gloor haar lof geschreven staat.

Wat eens op 't akkerveld al golvend stond te bloeien, Gewas van teeder groen, getopt met hemelsblauw, Dat spreekt, tot doek hervormd en wit als sneeuw geworden, Ons van de trouwe zorg en stille deugd der vrouw.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bloemen en knoppen · Eliza Laurillard · Poetry Cove