IV.
Een levenskreet! - Een kind geboren!
De woning klinkt van vreugdbetoon,
En in 't Goddank! der ouderharten
Schuilt heel een psalmzang, vol en schoon.
Een dochterke is 't. - Hoe rond en poezel!
Albasten beeldje, maar dat leeft,
Dat zacht en warm is, en dooraderd
Van 't eigen bloed, dat moeder heeft. -
Maar, wat was eerst en meest behoefte
Voor 't wichtje, dat zijn intreê deed? -
Van 't groot getal van 's levens eischen
Is de eerste: een doek, een dek, een kleed.
En, zie! - wat eens den akker sierde
Met groenen gloed en blauwe tint,
Dat geeft het eerste kleed des menschen,
Het witte kleed voor 't schuld'loos kind.