IXde lied.
God is liefde.
God is liefde; ja, mijn ziel!
God is liefd', aanbid en kniel;
Hij wil u tot liefde wekken,
En uw' wanbedrijven dekken,
Met de vleug'len der genaê:
God is liefde, ja, o ja!
God is liefde; 't zij mijn lied,
Daar ik 't aanzijn kreeg uit niet,
Van een God die mij kon derven,
En mij alles doet verwerven,
Wat mijn wederstrevig hart
Ooit behoeft, in nood en smart.
God is liefde, zaal'ge troost!
Zingt zijn' lof, o adams kroost!
Hij heeft u zijn' Zoon gegeven,
Tot een' bron van heil en leven,
Om te juichen in 't gemoed:
God is liefde, God is goed!
God is liefde, zing zijn' lof;
Hij, de Heer van 't hemelhof,
Wil in onze harten wonen;
Zouden wij zijn liefde honen,
Die ons, 't zij w' op rozen gaan,
Of op doornen, doet bestaan?
O! hoe moest ons hart en oog,
Dankbaar streven naar omhoog;
En met blijde serafs klanken,
Steeds dien God der liefde danken;
Eng'len juichen voor zijn' troon:
God is liefd' in zijnen Zoon!