Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

LIIIste lied. Avond-zang,

De zon zinkt in het westen neêr, Terwijl de dauw het veld, En d'afgematte bloempjes weêr Bevochtigt en herstelt. Zoo schenkt G', o God! aan mij de rust, Herstelt mijn' matten geest; Gij zijt deez' dag mijn heil en lust, Mijn hulp en troost geweest.

Ontvang mijn dankend avondlied, Dat ik uw' liefde wij'; Uw' Vaderzorg begaf mij niet, Maar bleef mij immer bij Gij hebt van 't rijzend morgenlicht Tot d'avondschemering, Mijn werk bekroond, mijn schreên gerigt, In mijn' bestemden kring.

'k Ontving al wat ik noodig had, Voor mijn bestaan op aard', Daar gij mij, op mijn levenspad, Gevoed hebt en bewaard. Uw' liefde troostte mijn gemoed, Uw' wijsheid gaf mij raad; In moeilijkheên en tegenspoed, Waart Gij mijn toeverlaat.

Had ik uw' gunst verbeurd, o God! Gij zaagt m'in jezus aan, Wiens liefdebron, vol heilgenot, Voor mij bleef openstaan. Zoo hebt G' o Vader! mij verblijd; Gij maakt' uw weldaên groot: Mijn dankend hart zij U gewijd, Voor al wat ik genoot.

Dekt nu de stille nacht het licht, Het yrolijk licht der zon, Niets is bedekt voor uw gezigt, O aller lichten bron! Hoed mij voor ramp en droefenis; Verkwik mij door de rust, Opdat ik, als het morgen is, U loov' met nieuwen lust.

Beschouwt mijn geest den laatsten nacht Van jezus rust'loos leed, Die zielenrust heeft aangebragt, Toen Hij mijn' schuld voldeed; O Vader! ja dan leg ik mij, Gerust op U, ter neer, Daar ligt deez' stond de laatste zij, Dat ik op d'aard verkeer'.

Dan staar ik, uit die schemering, Den eeuw'gen morgen aan, En haak naar die verwisseling, Al licht mij zon noch maan. Dan zie ik allen tegenstand Der rust, voor mijn gemoed, Verdreven, door uw' vaderhand, Die veiligt en behoedt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.