Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XLVIste lied. Morgen avondmaal.

Jezus heeft, door zijne boden, Mij weêr liefderijk doen nooden, Tot zijn heilig zielsonthaal; Daar Hij Brood en Wijn zal geven, Ter verkwikking, kracht en leven: 'k Juich dus: morgen Avondmaal!

O! hoe zal ik daar verschijnen? 'k Voel, helaas! mijn' moed verdwijnen; Maar Gij biedt m'een bruiloftskleed! Dat alleen kan al de vlekken, Jezus! voor uw oog bedekken, Daar gij al mijn struik'len weet?

Zou dan schuldbesef mij hind'ren, Op te gaan met 's Heeren kind'ren, Daar ik mij als zondaar ken? Jezus roept, en ik zou schromen Tot zijn heilfontein te komen? Neen: ik ga zoo als ik ben.

Jezus liefste bruilosts gasten, Zijn vermoeiden en belasten; Hongerigen naar zijn Brood Wil Hij spijzen, voeden, drenken, En de zoetste vruchten schenken Uit zijn lijden, kruis en dood.

Laat mij d'eisch der wet verschrikken, Jezus wil mijn' ziel verkwikken, Met het goede van zijn huis; Zou ik dan nog achterblijven,

Starend' op mijn wanbedrijven? Neen: ik vlugt naar Goëls kruis.

'k Val ootmoedig voor U neder: Lieve Heiland! die zoo teeder Al mijn'schulden hebt voldaan; Die, o goed' en trouwe Herder! Ieder schaapje hoedt, om verder Van het spoor niet af te gaan.

Doe mij aan uw' dood gedenken, Daar ik U mijn hart wil schenken, Zoo bezoedeld als het is; Dan zal ik geloovig eten; Balsem krijgen op 't geweten; Juichen aan uw' liefdedisch!

'k Mag dan weêr met al mijn' zonden, Schuilen in uw bloed en wonden,

Hemel! welk een' zaligheid! Gij doet armen, naakten, blinden, Uit uw' volheid alles vinden, Wat hen naar den hemel leidt.

Daar G'een troostrijk woord wilt spreken, Roept Gij elk met zijn gebreken; Zondaars wilt gij 't leven biên: Geef m', o Heiland! moed en krachten, 'k Blijf U aan uw' disch verwachten, Om U door 't geloof te zien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.