Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

IVde lied. Derde bede.

O Vader! Gij, ja Gij alleen, Die, in den hemel en beneên Op aarde, waardig zijt t'ontvangen, d'Aanbidding, dank en lofgezangen, Van Eng'len, Mensch en al wat leeft, Gij zijt het waar ons hart naar streeft!

Wij buigen ons voor uwen troon, En smeeken, met uw' lieven Zoon, Dat steeds uw' wil, zoo hoog in waarde, Geschied' in hemel en op aarde; Buig, Vader! hiertoe ons gemoed, Al treft ons bange tegenspoed.

Doe ons, met eerbied en ontzag, Uw' wil betrachten dag aan dag, Om, met de reine hemellingen, In al ons werk uw' lof te zingen; En waar uw wil ons veel gebiedt, Niet rusten voor die is geschied.

Treft ons soms bange tegenheên, Het denkbeeld aan uw' wil alleen, Zal ons dan troost en moed doen vinden, Ons meer aan uwen dienst verbinden.

Och! geef ons, Vader! zulk bestaan, Om aan uw' hand geleid te gaan.

Uw wil geschied', in nood, of smart; Doorstroomt die beê geheel ons hart, Dan zullen wij nooit tegenstreven, Maar U in alles d'eere geven; Daar G'in uw' wil ons hebt bereid, De kweeking onzer zaligheid.

Ons leven zij dan lang of kort, De tijd, die afgewisseld wordt, Hebt Gij, naar uwen wil, berekend, Al d'oogenblikken afgeteekend, Voor ons bestaan; och! geef ons Heer! Daarin te rusten, U ter eer!

Maar, Vader! ach! wie toch zijn wij, Weerstrevers uwer heerschappij,

Die immer uwe daên bedillen. Och! zie ons aan in 't heilig willen Van uwen Zoon, die 't lijdens pad, Naar uwen wil, volmaakt betrad.

Geef dat wij, door 't geloof in Hem, Steeds hooren naar uw' liefdestem, Hoe moeilijk ons uw' wil moog schijnen; Dan zullen uit ons hart verdwijnen, De neev'len der bekommering, Bij elke standsverwisseling!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.