Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XIXde lied. Moed in rampen.

Hij, die, in zijn smart en lijden, God wil mijden, Hulp wil zoeken bij den mensch, Grijpt naar schimmen, die wat schijnen, Maar verdwijnen, Als een' zucht of vriendschaps wensch.

Moeten wij met onspoed kampen, Droeve rampen Groeijen op de levensbaan; Maar zij strekken soms tot zegen, Op de wegen Die wij onbedachtzaam gaan.

Zien wij 't geurig bloempje kwijnen, Door 't beschijnen Van den middag-zon geschroeid, Wij zien 't ook, des avonds, 't leven Weêr hergeven, Door den koelen dauw besproeid.

't Kinder oog op God geslagen, Die bij 't dragen Onzer smarten troost bereidt, Zal ons nooit den moed ontzinken, Bij het drinken Van den kelk der bitterheid.

Wie toch leeft op aard' zoo heilig, Dat hij veilig Zeggen kan: ‘'k verdien geen' smart?’ Zulk een waan was zich bedriegen,

Door 't beliegen, Van een altijd schuldvol hart!

Troost u dan, o smartgenooten! Al vergrooten Uwe rampen, dag aan dag; Leert van jezus, onder 't lijden, Moedig strijden, Met geduld en stil ontzag.

Jezus heeft de hoogste waarde, Hier op aarde, Door zijn leed, ons aangebragt, Hoe dus bange tegenspoeden, Op ons woeden, Eens verliezen zij hunn'kracht.

Lieve Heiland! troost des levens, Die ons tevens

Tot een lijdend voorbeeld zijt, Geef dat wij, in droefenissen, U nooit missen, Als ons ramp bij ramp bestrijdt.

Wat ons dan op aard moog treffen, Wij verheffen, Heer! tot u ons klagend hart; En, hoe hoog de nooden stijgen, Wij verkrijgen, Uit uw lijden, troost in smart.

Wij, o Heiland! lijden waardig; Gij, regtvaardig, Leedt alleen om onze schuld; Doe ons dit geloovig voelen, Zoo baart 't woelen Onzer smarten, waar geduld.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.