Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XXXIIste lied. Het oorlogs-lied.

't Is oorlog, ach! de vrede vlugt, De menschheid zucht, Geprangd door nood, met angstig weenen; De woede klimt van dag tot dag; Het wee en ach! Weergalmt door aller oorden henen! Och! zie ons lot, O goeddoend' God! En wil ons dra uw' hulp verleenen.

De vrede-zon schijnt nu niet meer,

Die ons, welëer, Zoo mild als vrolijk aan mogt blikken; De legers stroopen, met geweld, Het vruchtrijk veld, En moedwil baart de bangste schrikken. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! En wil ons met uw' gunst verkwikken.

De hoop des landmans wordt vernield; De vreugd' ontzield; Natuur bekleed met rouwgewaden. De vlam des oorlogs blaakt en woed, En 't menschen bloed, Kan 't zwaard des krijgs alleen verzaden. Och! zie ons lot, O goeddoend' God!

En stuit des vijands booze daden.

De koop- de land- en zeeman treurt, En elk verscheurt Het hart van rouw en jammerklagten; De steden, dorpen, strand en zee, Gevoelen 't wee Des oorlogs, al zijn' forsche krachten. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! En wil ons smartend leed verzachten.

Zou Heer! ons zwaard, voor d' overmagt, En al de kracht, Van 's vijands euvelmoed, bezwijken? Zou 't heilig regt, aan onze zij, Voor dwing'landij, Of snoode heerschzucht, moeten wijken?

Och! zie ons lot, O goeddoend' God! Laat ons uw' trouw uw' liefde blijken.

Wij zijn 't niet waard: ach onze schuld? Heeft uw geduld, Met helsche wapens, vaak bestreden; Maar hij, die ons ten vijand is, Heeft, Heer! gewis, Ook uwe wet, als wij, vertreden. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! Verhoor nu onze noodgebeden.

Verhoor de klagt van weeuw en weez'; O God! genees Gekwetsten, die ten strijde toogen; Drijf 't oorlogs-paard en 't krijgsgeweld,

Uit 't vruchtbaar veld En 't vaderland, door uw vermogen. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! En wil der menschheid tranen droogen.

Zie, Heer! ons aan, in jezus bloed, Geef heldenmoed Aan on ze krijgs- en legerbenden; Treed aan de spits; strijd voor ons meê, En geef den vreê, Daar w'ons ootmoedig tot u wenden. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! Wil aan ons land verlossing zenden.

Genaê, o God! treed niet in 't regt, Wij zijn te slecht,

En niet bestemd voor uwe vragen; Zoo Gij met ons in 't regt woudt gaan, Wie zou bestaan, Als G'ons zoudt voor uw'vierschaar dagen? Och! zie ons lot, O goeddoend' God! Laat jezus strijd aan U behagen!

Ja, jezus strijd en bitt're smart Vloeid' uit ons hart, En alles wat wij ooit misdreven; Maar, Hij verwon! Geef ons dan, Heer! Dien vrede weêr, Die ons zoo dierbaar is als 't leven. Och! zie ons lot, O goeddoend' God! Om, dankend', U al d'eer te geven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.