Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

Iste lied. Aan het Opperwezen.

Oneindig Opperwezen! Mijn Schepper, God en Heer! Door d'Englen nooit volprezen, Dien 'k als mijn' Vader eer; Leer mij uw' lof te zingen, Verheugd met hart en mond, Daar Gij uw' zegeningen, Verspreidt op 't wereldrond. -

'k Ben door uw' kracht herboren; Uw Zoon heeft mij verlost; Dit heil, mijn' ziel beschoren, Heeft schuld'loos bloed gekost. - 'k Mag U, o Zoon! aanschouwen, Als Losser en als God, De rots van mijn vertrouwen, De bron van 't zoetst genot. -

Wat rampen mij hier treffen, Gij troost, in druk, mijn' ziel, Om 't hoofd weêr op te heffen, O Geest! voor wien ik kniel; - Uw Godd'lijk Alvermogen, Wil mij in droefenis, De heetste tranen droogen, Mij schenken wat ik mis.

Kan ik 't geheim niet vatten Van uw bestaan, o Heer! 'k Blijf dit U waardig schatten, Uw' grooten Naam ter eer: Ik mogt in U ontdekken Een' bron van zaligheid; Die vreugd' in 't hart kon wekken, En mij ten hemel leidt.

Gij deedt mijn ziel ontwaren, Die blijde morgen-zon, Die 't duister op doet klaren, En al haar' angst verwon; Nu zie ik, in uw' stralen, Den reinsten liefdegloed, Bij 't vlekk'loos schuldbetalen Voor mijn bevlekt gemoed.

Och! doe mij voor U leven, Volzalig goeddoend God! Mij, in den doop, gegeven; Beschikker van mijn lot! Mag 'k mij aan U verbinden, Geen zucht wordt meer geloosd, Daar 'k zulk een' God mogt vinden, Die eischt, verlost en troost! -

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.