XIIIde lied. Gods wijsheid.
Alwijze God! wij knielen neêr; W'aanbidden U, o Opperheer! Daar w'op uw' Wijsheid staren, Waarmeê Gij, wat in 't luchtruim zweeft, En op of onder d'aarde leeft, Blijft reeg'len en bewaren.
Uw' Wijsheid straalt de schepping door; Zij wijst de zon haar' zwaai en spoor, Op ied'ren nieuwen morgen; In d'ordening van dag en nacht, Zien wij de grootheid van haar' kracht, Uw' teed're liefdezorgen.
Hoe d'oceaan door stormen woed', Uw' Wijsheid regelt ebb' en vloed, In juist beperkte kringen; Het Starrenheir, de zilv'ren Maan, Doet zij, in loop en glans, bestaan, Door al de wentelingen.
Hoe wijs besproeit uw' Vaderhand, Het kleinste grasje, bloem en plant, Met dauw en vruchtb'ren regen; Verkwikt natuur; bekleedt het veld; Daar elke halm uw' wijsheid meldt, Op aller scheps'len wegen.
Gij wijst aan ied'ren sterveling, Het juiste pad, zijn' stand en kring, In 't ondermaansche leven; In droefheid, vreugd' of ongeval,
Leert Gij, bij d'uitkomst, hoe dit al Uw' Wijsheid eer moet geven.
Uw' Wijsheid, lieve Vader! ja, Zoo vol van troost, zoo vol genaê, Zag onze struikelingen; Zij vormd' in uwen Zoon het plan, Dat voor ons heil niet falen kan, Eer wij het licht ontvingen.
Daal met dien Geest der wijsheid, Heer! Op onze levenspaden neêr; Verlicht Gij onze zielen; Opdat wij niet, door eigen waan, Het pad der wereldwijsheid gaan, Waarop wij dikwijls vielen.
De zonde houdt ons dwaalziek hart, Door schijngenoegens, steeds verward,
Waardoor wij niet gevoelen Wat zielen-heil en zaal'gen troost, Gij, in uw' Zoon, voor adams kroost, Met wijsheid, blijft bedoelen.
Verlicht en regel ons verstand, Opdat wij, door uw' Vaderhand Geleid, van jezus leeren, Met een opregt en stil gemoed, In voor of bangen tegenspoed, Uw Wijsheid dankend' t'eeren,
Cookies on Poetry Cove