Aria.
Meer vrolijk.
Een kleental helden gingen voor,
Ontstaken 't licht der zuivre waarheid;
Hervorming brak het nachtfloers door,
Dat dweepzucht hield voor hemel-klaarheid.
God gaf aan wicklef kracht en moed,
Om 't Evangelie zaad te zaaijen;
En hus besproeide 't met zijn bloed,
Om uit dat zaad eens vrucht te maaijen.
Eer zij den grooten ganzefort,
melanchton en erasmus daden,
Dat ieders naam geschreven wordt,
Met stroomend goud, op marmer' bladen!
Roem luther, zwinglius, calvijn,
Die dood, noch martelvuur, ontzagen,
Om 't Godd'lijk woord, door Priesterschijn
Bedekt, de menschheid voor te dragen
Verhef dier Vorsten deugd en moed,
Die jezus knechten bleven sterken,
Die, osferend' hun goed en bloed,
Hervorming krachtig deden werken.
Roem koster, door wiens kunst heel d'aard,
Ontving een' milde bron ten leven,
Zij heeft Hervorreming gebaard,
Gekweekt, en voedingskracht gegeven.
Lof zij U, hoogste Majesteit!
Die gruwel nachten deed verdwijnen,
't Hervormings licht, alom verspreid,
Om heel de wereld door te schijnen.