Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XIIde lied. Gods regtvaardigheid.

God is regt, in al zijn wegen; d'Allerhoogste Majesteit, Treedt het onregt billijk tegen, Straffend naar regtmatigheid; Al wat d'aard' met schrik vervult, Zijn de vruchten onzer schuld, Daar Hij 't kwaad niet kan gedoogen Voor zijn vlekk'loos heilig' oogen.

Koningrijken, landen, volken, Waar men d'onschuld snood vertreedt, Zinken als in 's afgronds kolken, Onder smarten, druk en leed; d'Eerste wereld in den vloed, Sodom in den sulfergloed, Zagen, naar het regt des Heeren, Zich verwoesten en verteren.

't Heilig Regt blijft God bewaren, Ja, Hij doet verdrukten regt; Doet hen, in den nood, ervaren, Dat Hij niemand hulp ontzegt. Zij, die zijne rijksgeboôn, Als de vastheên van zijn' troon, IJv'rig houden en betrachten, Mogen op zijn' bijstand wachten.

Houdt dan moed, verdrukkelingen! God is regt in al zijn' daên; Hij doet d'onschuld vrolijk zingen; 't Onregt blijft Hij wederstaan. Knielt, in ootmoed, voor uw' God, En vertrouwt aan Hem uw lot; 't Is, bij al de tegenstanden, Altoos veilig in zijn' handen.

Heer! wie zijn wij, door de zonden, Zoo Gij met ons treedt in 't regt; Daar wij uw' geboôn ook schonden, 't Hart aan boosheid blijft gehecht? Met het oog op uwen Zoon, Knielen wij voor uwen troon, Sla, in liefd' en mededoogen, Op ons uw' ontfermend' oogen.

Reinig ons van al de smetten Onzer schuld, in jezus bloed, En schrijf zelf uw' reine wetten, In ons steeds bevlekt gemoed; Gij heerscht in regtmatigheid, En, door uwen Geest geleid, Zullen wij, met vaste schreden, 't Pad van uw' geboôn betreden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.