Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XXVIIIste lied. Het oogst-lied.

Vrolijk, vrolijk nu gezongen, Menschentongen! Juicht nu, dankend, God ter eer! 't Feest des oogstes is gekomen, Velden, boomen, Schenken ons hunn' vruchten weêr; Al wat ademt looft den Heer! Al wat ademt looft den Heer!

leder juich', bij 't sikkelzwaaijen, En het maaijen Van het goudgeel rijpe graan: ‘God is goed, elk moet Hem loven, Bij de schoven, Die, met garven, rijk belaân, Voor ons oog te velde staan! Voor ons oog te velde staan!’

Bergen, dalen, akkers, velden, Allen melden Ons Gods liefde, zorg en magt; Die het zaad, gestrooid in d'aarde, Trouw bewaarde, Groeijen, bloeijen deed, met kracht, En tot rijpheid heeft gebragt, En tot rijpheid heeft gebragt.

Laat de dorschvloer nu weêrgalmen; Lied'ren, psalmen, Voegen bij dit vrolijk feest, 't Zorgend zaaijen geeft nu vruchten; Na het zuchten, Voegt een danklied ons het meest, Met een' opgeruimden geest. Met een' opgeruimden geest.

God der liefde! hoor de klanken, 't Hart'lijk danken, Voor de welvaart, die Gij sticht; Milde bron en goedheids-ader! Liefd'rijk Vader! Die 't bezwaard gemoed verligt, Alles zijn w'aan U verpligt! Alles zijn w'aan U verpligt!

Groot is ons dit aardsch genoegen, Voor het zwoegen, Om ons tijdelijk genot; Maar veel grooter is de zegen, Dien wij kregen, Met uw' Zoon, in wien G', o God! Ons wilt schenken 't zaligst lot! Ons wilt schenken 't zaligst lot!

Heer des Oogstes onzer zielen! Dankend knielen Wij, voor uwe majesteit; Doe ons, tot aan 't eind' der dagen, Vruchten dragen, Door uw' Geest in ons bereid, Rijp genoeg voor d' eeuwigheid. Rijp genoeg voor d' eeuwigheid.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.