Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XXXIste lied. Bij over vloedigen regen.

O God! wij treuren, diep verslagen, Bij 't veelbelovend' veldgewas; 't Ligt al, door zware regenvlagen, Bezweken in een' waterplas! De hoven, akkers, al de velden, Die zoo veel vruchten ons voorspelden, Zijn nu doorweekt, gelijk moeras.

Zet Gij de hemelsluizen open, Wat zou voor zulk een' vloed bestaan? Dra zien wij d'oevers overloopen, En wat G'ons gaaft geheel vergaan. Och! wil genadig ons behoeden En stuit de zware regenvloeden; Zie, Vader! ons ontsermend' aan.

Wil, Heer! de granen niet vernielen, Die G'ons deedt in de halmen zien, Verhoor ons, daar wij biddend' knielen, U d'offers onzer harten biên, Doe 't veldgewas toch niet verdrinken, De hoop des Landmans niet ontzinken, Uw liefd' en hulp ons nooit ontvliên.

Zie neder op de drasse velden, Waar alles op uw' bijstand wacht,

Wat wolken tot verwoesting stelden, Is niet ontrukt aan uwe kracht; Betoon uw vaderlijk meêdoogen, Wil vruchten, akkers, velden, droogen, Opdat Gij al ons leed verzacht.

Geheel de Schepping moet ons leeren, Hoe mild zij zich aan ons vertoont, Dat Gij, met almagt, blijft regeren, Kastijd' of zegenend' verschoont, Opdat wij, als afhangelingen, U smeeken, om die zegeningen, Waarmeê Gij 't zweet des landmans loont.

Hoe veel w'ons van de jaargetijden Beloven, Gij regeert, o God! Ons baat geen treuren of verblijden, Van een op gissing steunend lot.

Gij zendt langs bergen, heuv'len, dalen, Den regen, droogte, zonnestralen, Ter reeg'ling van ons aardsch genot.

Verhoor ons zuchten, smeeken, kermen, Gedenk aan mensch en vee, o Heer! Wil U, om Jezus wil, ontfermen, Schenk ons de zon-verkwikking weêr; En doe ons, door uw' zegeningen, O groote Schepper aller dingen! In welvaart leven U ter eer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.