Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XLste lied. Jezus laatste kruiswoord.

Lieve jezus! moest Gij sterven? Uw onschuldig leven derven? Smaaktet Gij aan 't kruis den dood? Neen: Gij hebt het zelf gegeven; Als de Heer van dood en leven, Bleeft Gij Gods natuurgenoot.

Ziels en ligchaams folt'rend' lijden, Heiland! droegt Gij, bij 't bestrijden

Van den helvorst en zijn' magt, Tot de hofslang, die in Eden Ons deed vallen, was vertreden, En Gij alles hadt volbragt.

In de diepste smart gezonken, Aan het moordhout vastgeklonken, Waar men onze schuld op leest; Afgefolterd in die banden, Riept Gij: ‘In uw' liefdehanden, Vader! geef ik mijnen geest!’

Zoo hebt Gij, voor aller oogen, Uw gezegend hoofd gebogen; Leidet Gij uw leven af! O, dit sterven was hier leven! En een Godd'lijk wedergeven, Daar uw' ziel voor ons zich gaf!

Ja, uw dood deed d'aarde beven; Gaf aan dooden kracht en leven; Deed hen uit hunn' graven gaan: 't Voorhang scheurde, rotsen spleten; Zulk een dood mogt sterven heeten; Zulk een dood heeft God voldaan!

O! die dood moest harten treffen! Onze ziel tot U verheffen, Gadelooze Levensbron! Aard' en hemel zijn getuigen Van uw liefd'rijk nederbuigen, Toen uw dood den dood verwon.

Eenmaal komen d'oogenblikken, Dat onz' aller jongste snikken Uit den zwakken boezem gaan; Maar wie zou voor 't sterven vreezen,

Daar G'ons in uw' dood doet lezen: Onze schulden zijn voldaan!

O! hoe moesten onze harten, Bij het denkbeeld uwer smarten, Kloppen voor uw' dienst, uw' eer! Daar wij op uw' zoendood staren, Velt Gij onze zielsgevaren, Groote Heiland! eeuwig neêr!

Juichen, danken, biddend' knielen, Zijn nu d'offers onzer zielen, Daar Gij onze smart geneest; Doe ons, in de doodsche banden, Stervend' zeggen: in uw' handen, Heiland! geven w'onzen geest.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.