Skip to content
1818

Nieuwe stichtelijke liederen (2 delen)

Dirk Reijden

XXVIIste lied. Jezus in Gethzemané,

Lieve Heiland! Gij moest lijden, Angstig strijden, In het bang Gethzemané! Ach! wat moest uw' menschheid klagen, Bij het dragen Onzer zielesmart en wee!

Edens Hof hoord' adam zuchten; Zag hem vlugten Voor de hoogste Majesteit; Maar deez' Hof hoord' uw gebeden, Zag U treden Voor den troon der zaligheid.

Hier drukt' onze last der zonden Diepe wonden In uw rein onschuldig hart; En 't geen U nog 't zwaarste griefde: Vaderliefde Bleef verscholen bij uw' smart.

Moest Gij, in deez' donk're streken, Driemaal smeeken: ‘Vader! zoo het moog'lijk zij, Laat mij dezen kelk niet drinken; Zie mij zinken In de smarten die ik lij!’

‘Vader!’ Neen, het was hier strijden; Al uw lijden Was verëend met 's Vaders wil; 't Bloedig zweet mogt U ontvloeijen, Helsche boeijen U beknellen; Gij waart stil!

Zoudt G', o Heiland! hier bezwijken, Smart ontwijken? Neen: uw Vader hoord' uw beê; Zond een Engel, Uste sterken Bij 't bewerken Van des zondaars heil en vreê!

Sliep uw drietal volgelingen, Bij 't voldingen Van den losprijs? Smartlijk leed! Gij toch moest de smartpers treden, Daar, in Eden, Reeds de bloedprijs was besteed!

Moest U doodsche droefheid treffen? Zich verheffen Tot de hoogste maat en trap; Lijdend moest Gij zegevieren; Eerlaurieren Volgden U van stap tot stap!

Zondaars mogen 't lijden heeten, Daar 't geweten Rust'loos klopt, door schuldgevoel; Maar Gij, die geen zonde kende, Droegt d'ellende Schuld'loos met het reinste doel.

's Vaders gramschap moest Gij dragen, Helsche slagen Met een vlekkelooze ziel; En die strijd was niet volstreden, Niet geleden, Voor de laatste vijand viel!

Gij, ô hoogste menschenliefde! Wat U griefde, Bleeft getrouw tot in den dood: Leer ons dankend' voor U leven, d'Eer U geven, Dat G' ons 't leven pad ontsloot!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.