VIde lied, Kracht in zwakheid. Naar 2 Corinth. xii. vs. 9, 10.
Die Gods genaê erlangt, Gevoelt haar' kracht en waarde; Wat angst of nood hem prangt, De tegenspoed der aarde Is balsem in zijn smart, Daar hij 't gefolterd hart Aan jezus op mag dragen; Ziet hij dan op zijn' paên, Geen geurig bloempje staan, Hij ziet zijn heilzon dagen.
Zijn roem, zijn' glorie-zon, Met Christus kracht omgeven, Klimt uit de zwakste bron, Van 't ondermaansche leven; Wat nacht van druk of smaad, Hem ooit in 't donker laat', Zijn' paadjes blijven veilig; Daar hij zijn zwak gevoelt, Op jezus sterkte doelt, Blijft hem die Goël heilig!
Op eigen kracht te staan, In 't strijdperk van dit leven, Kan nimmer lauwerblaân, Noch helden-grootheid geven, Wij zijn een riet gelijk, Dat, in moerassig slijk,
Geen' stormen kan verduren; Maar hij, die jezus mint, In Hem zijn' sterkte vindt, Strijdt achter Sions muren.
Mijn' zwakke ziel! schep moed; Voelt gij geen' kracht tot strijden, Bezwijk niet; in den gloed Van smaad en bitter lijden, Blijft jezus toch uw Heer, Die u bekroont met eer; Wat kracht zoudt gij verlangen? Deez' Held, voor u doorwond, Wil, dat uw hart en mond Zal juichen feestgezangen!
d'Aartsvijand moog' u hier, In boei' en banden sluiten;
Maar jezus heilbanier, Kan al zijn' moedwil stuiten, Die heeft, door lijdzaamheid, Voor u den weg bereid, Langs stille waterbeken; Daar gij in zijne kracht Berust, zal, in den nacht Des doods, u niets ontbreken.
Cookies on Poetry Cove