Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

Zang: Mein hert is betrubt biss in dem thodt, Fa la la la la la, &c. Of: Dat men eens van drincken sprack.

III. DE Kroon is niet zoo waerdt en zoet Waer aen men licht geraken kan, Dan die, gehaelt door zweedt en bloedt, Niet staet gereedt voor alle man. 2. Dat d'Aerdtsche mensch het hooghste Goedt Goet-dunckentlijck verhopen derf, Is om dat hy niet wel bevroedt De waerdigheydt van 's Hemels erf. 3. Die in zijn herte na waerdy d'Onsterffelijckheydt heeft geschat, Geloofd' eer datz' er niet en zy Dan dat menz' heeft door lichter padt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke rijmen · Dirk Rafaelsz. Camphuysen · Poetry Cove