Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

W

Voorsichtige eenvoudigheyd. Waer allesins d'eenvoudigheyd,247 Psalm CXXIV. Waer Godt ons niet ontrent geweest,482 II. By-schrift (van de broederlijke Eendracht.) Waer heel de wereld goed,421 Ware ootmoed (meest gebaerd)219 Qua'e toeverlaets bedrog. Waerom maeckt zich menigh moe,163 Waerom was het, ô mijn ziele.20

Vreugde en rou in 't afsterven der rechtvaerdigen. Waer toe, mijn ziel, waer toe gesteend,142 Onderscheyd tusschen Hemels-aerds-gezinden. Wankelbare zielen.515 Van 't laetste oordeel. Wanneer de grooten dagh die eens moet zijn,78 Wanneer de ramp, of word gevreest,333 Nootzakelijke wacht. Wanneer het hert nu klaer van zonden,175 Cieraet der Vrouwen. Wat cierd gy Christen Vrouwen,253 Over Psalm CXXVI. Wat heeft ons hert een vreugd ontfangen,118 Maysche Morgenstond. Wat is de Meester wijs en goed,507 Wat is doch ongeduld in pijn?516 Niet nieus onder de Zonne. Wat is 't onvernoegde Mensch,150 Over den LII. Psalm. Wat roemd gy trotsche dwingeland,351 Toeverlaet der rechtvaerdigen onder 't oude Verbond.98. 99. 101. Uytbreyding over Psalm CXXV. CXX. en XXII. Over Psalm CXXV. Wat winden datter ruysschen, &c.9 Kastijdings zaligheyd. Wel aen ô! alle vromen, &c.132 's Werelds ydelheyd. Wereld met u schijn en vermomde dingen,71 Psalm XV. Wie van de menschen, Heere,426

Nodige kosten besinning. Wie zich ter hooger Scholen geeft,513

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke rijmen · Dirk Rafaelsz. Camphuysen · Poetry Cove