Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

Zang: Als op de voorgaende. Oock aldus: III.

MEnsche wilt ghy zeker gaen: (Godes Geest waerschouwt u trouw'lijck) 't Lage lieft en neemt Godt aen; Dat hoogh is, is voor hem grouw'lijck. Wilt ghy naer het zaligh Landt: Maeckt u zelfs, in allen standt, Kleyn onder Godes handt. 2. Smal is 't padt, eng is de poort ('t Zijn Godts red'en die 't betuygen) Welcks in-gang ten leven hoort: Wied'er door wil, moet zich buygen;

Aerdtsche grootheydt moet om veer; Aerdtsche hooghte moet ter ne'er: Die wel hoopt, hoopt niet eer. [3.] Ootmoet is een vrucht en spruyt Van Godts Geest, die Deughdt doet groeyen, En zondt drijft ter herten uyt: Van Godts Zoon koomt hy af-vloeyen. Die dien mist, 'tzy wat hy doe, Maeckt vergeefs hem zelven moê: Godts Zoon koomt hy niet toe. [4.]Zalich mensch, die dit Iuweel, Die dees Peerle hebt verkregen: 't Geen ghy hebt is groot en veel: Aen 't wel houden is gelegen. Maer die 't niet hebt. staet 'er na; Schut uw scha'. Die niet koomt dra; Licht koomt hy wel te spa'. [5.]Voor 's gemoedts bedriegery Moet g' u zelfs voor al vermanen: D'alderzotste hoovaerdy Is, hem zelfs ootmoedigh wanen: Wanen, als men 't noch niet is. Mijdt dees herten duysternis; Meynt niet, of heb eerst wis. [6.]Die daer ziet door Wanens glas, En vast meynt, hy hebt bekomen, Arbeydt niet, blijft die hy was; Paeyt hier tusschen 't hert met droomen; En, door eygen-liefde zot, Stelt zich tot zijns zelfs afgodt, En die bet zien, tot spot. [7.]d' Eerste trap des waer' Ootmoets, Is Ootmoet en diep verne'eren:

Van Godt, Gever alles goedts, Moetm', in Ootmoet, kracht begeeren: Door Gebedt vangiz' aen; krijght schoot; Koomt tot haer volkomen groot', En blijft tot in der doodt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke rijmen · Dirk Rafaelsz. Camphuysen · Poetry Cove