Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

Zang: Ick vrijden op een tijdt een zoet Menniste zusje.

BOVE-ZANG. GEluckig, wiens gemoedt noch goddeloos aen-raden, Noch omgangh, noch gespot verlockt tot snoode daden: Maer die de Wetten Gods, op Godes wil gegrondt, Geschreven in het hert, altijdt heeft in den mondt.

GROND-STEM. GEluckig, wiens gemoedt noch godde[l]oos aen-raden, Noch omgangh, noch gespot verlockt tot snoode daden: Maer die de Wetten Gods, op Godes wil gegrondt, Geschreven in het hert, altijdt heeft in den mondt. [2.] Gelijckerwijs een Boom, waer neven koomt gevloeyen Een frissche Water-beeck, nooyt op en houdt van groeyen, Maer, altijdt blader-rijck, op zijn bequaeme tijdt Den gragen Ackerman met rijpe vrucht verblijt: [3.] Zoo zal de vrome zijn. maer niet de Godt-versmaders, Moedwilliglijck verblindt, haer eygen Ziels verraders; Maar moeten zijn als't stof, dat, met een snelle vlucht, Een draey-windt, heen en we'er, verspreyt door d'yd'le lucht. [4.] En als men voor de banck van recht gericht zal komen, Hoe angstig moet dan staen de schare der onvromen! Want God bemint de Deugdt, en al wie Deugde heeft, Gelijck hy zonde haet, en al wie zondigh leeft.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke rijmen · Dirk Rafaelsz. Camphuysen · Poetry Cove