M
Ootmoedigheyds lof.217. 219. 222.
Maek, mijn snaren een geklank,217
Mensche wild gy zeker gaen,222
Dolings eynde.16. 19. 20. 22. 24.
Mijnen geest voel ik my dringen, &c.16
God wonderlijk, machtig, goed.
Poëtische uytbreydinge over eenige Psalmen Davids,398. 404. 407. 411. 413.
over Psalm CIV.
Mijn geest die swanger zijt van Godes lof,398
Psalm XXII.
Mijn God, mijn God wat isser,430
Psalm CXXXI.
Mijn hert, als 't hert der dwasen,488
Voorschaduwing van 't Rijke Christi.125. 130.
Uytbreiding over Psalm XLV. &c.
Mijn hert ontvonkt de geest, &c.125
Wel-rijmens wet.262. 268. 276.
Mijn vriend die van my eyscht, &c.262
Omkeering der herts-bewegingen.
Moet m'in alles sich verzaken,160