IV. BYSCHRIFT. Voor den DRUCKER, Die dit voorgaende, (zijnde zijn eerste Werck) aldereerst heeft gedruckt tot NORDEN.
Aan de ware Liefhebbers des Vredes.
Toe-eygen-Dicht des Druckers.
GOdts vrienden, hier en daer de Werelt door verspreyt,
Die 's Werelts twist-lust haet, en menighmael beschreyt:
Ontfangt (want u voor al behoort het toe) van my
Dit Dicht, het eerste werck van onze Druckery.
Wordt u des Vreeds gebruyck ten deele nu belet:
Hier is de Schildery. vermaeckt u t'wijl daer met,
En denckt (en zucht tot Godt, als ghy haer schoonheydt ziet)
Hoe leelijck dat hy doet die zulcken schoonheydt vliet:
Op dat ghy nimmermeer (zoo veel het aen u staet)
Om Aerdtsch noch Geestelijck, in zulcke stappen gaet.
't Is waer, ghy hebtze lief, end' hoeft geen beeltenis
Die u van nieuws eerst leer, wie, en hoe schoon zy is,
De ware Minnaer kent het schoone dat hy mint:
Dan 't let niet dat de geest somtijdts verversching vindt.
Te meerder wast de liefd' hoe kennis hooger stijgt:
Ten minsten is't niet quaedt dat liefde voedtzel krijght.