Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

Zang: Ghy die, uyt's Werelts droom ontwaeckt. La Bergere; Ofte: Deftige Rijmers kloeck van geest. WIe zich ter hooger Schole geeft Daer Christi Woordt den Scepter heeft, En aller menschen herten, Wet Van willen, doen, en laten zet; Om, door 't betreden van Godts pa'en, Na d'Onverganck'lijckheydt te gaen: Moet zien dat hy zich wel bezint Eer hy zoo grooten werck begint.

[2.] Bevindingh scheelt van mondt-gezegh. Goedt werck vereyscht goedt over-legh, Hy over-leyt zijn stuck niet recht Die voor den aentref van 't gevecht Niet neder zit, en over-denckt Wat heyr-kracht hy te velde brenght, En dat hy met tien duyzent man Geen tweemael tien verslaen en kan.

3. Die Toren-bouwens is gezint, En niet, eer hy 't zich onder-windt, Maeckt rekening en over-slagh Of hy oock 't werck vol-voeren magh, Maer moet noch end'lingh ongedaen 't Gebouw ten halven laten staen: Zijn doen is onbedacht en zot, En by de schade krijgt hy spot.

4. De wegh is smal, de poort is engh. Des Meesters eerste les luydt strengh: Verlaet, verzaeckt, treckt herten af Van al wat Wer'lt ooyt geeft of gaf, Van al wat lief is op der Aerdt: Die zoo niet koomt, is mijns niet waerdt: Die zoo niet koomt, is onbequaem En noch niet waerdt eens Leerlings naem.

5. Wat wil dit scherp (doch trouwe) Woordt? Of strax te rugh, of manlijck voort: Of al, of niet-met-al bestaen: Of 't paedtjen net, of niet gegaen: Klim niet, is u den bergh te hoogh: Of tref het wit, of quijt den boogh. Gestuckte deugdt en geldt 'er niet Daer Godt volkomen werck gebiedt.

6. Het is wat groots dat ghy begint. Het is wat hooghs dat ghy bemint. De wegen van de Hemel reys Zijn zware wegen voor het vleysch. Kloeck is de mensch en e'el van moedt Die overslagh van kosten doet,

En evenwel noch niet en schrickt. 't Werck luckt na zich de mensche schickt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.