Skip to content
1660

Stichtelijcke rijmen

Dirk Rafaelsz. Camphuysen

Zang: Uyt bitterheydt der Zielen. Wilhelmus van Nassouwe. Questa dolce Sirena. Pag. 8. Of: Psalm CXXX. en CXXVIII. II. [I]Ck hoor Trompetten klincken; De vyandt is na-by;

Ick zie Harnassen blincken: En niemandt is met my. Het hert klopt door 't benouwen: Dies laet ick, diep beschroomt, 't Gezicht 't geberght aenschouwen, Of daer geen hulp van koomt: 2. Daer is geen hulp voorhanden; Voorhanden, dan van Godt; Van Godt, die 's Werelts landen Heeft onder zijn gebodt: Van Godt, die 's Hemels lichten Heeft onder zijn gebiedt, En die 't wel eer al stichten Dat 's menschen ooge ziet. 3. Wie kan Godts volck betrapen, Al zijnze onverdacht? Wanneer de wachters slapen, Houdt Godt om haer de wacht. Hy is niet als de menschen, Die, op de wacht gezet, Als sy geen slaep en wenschen, De slaep haer wacht belet. 4. Nooyt slaep bevingh zijn oogen, Nooyt had hy slapens lust: Dies wy vrymoedigh mogen Gaen nemen onze rust. Zijn hulp die hy doet blijcken, (Welck' alle leet verdooft) Die magh men vergelijcken Een schaduw boven 't hooft. 5. De Zonn', op hoogen dage, Schoon zy al brandigh steeckt, Kan door haer hit niet plagen

Als Hy haer krachten breeckt: De Maen, in vochten nachte, Schoon zy de le'en verkoudt, Doet op ons le'en geen krachte Als Hyz' in warmte houdt. [6.] Geen Quaedt en kan u deeren: 'tZy of ghy buytens huys V zelven moet geneeren, Daer is geen vrees voor kruys; 't Zy of ghy binnen deuren In uwen huyze bent, Geen quaedt kan u gebeuren Van nu tot aen uw endt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.