Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

III.

Gy kent Heer de loosheid Der Waereld, haar schyn, Ons vleesch en zyn broosheid, Waar door wy haast zyn Verlokt tot de zonden, Dat kankerend kwaad, Door listen, door vonden, Verlokkend gelaat, Met konsten, met greepen, Die ook menigwerf Den Jongeling sleepen, Naar 't eeuwig verderf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove