IX.
18. Resch Aanzie myne elenden ende myne moeyte; ende neemt weg alle myne zonden. Zie myn moeit' aan en elenden,
Delg al myne zonden uit,
Wil U tot myn bystand wenden
Tegen al het woest geluit,
En den wreveligen haat
Van hen, die myn ziel bespringen,
En door al hunn' euveldaad,
Tragten op myn val te dringen.19. Resch. Aanzie myne vyanden, want zy vermenigvuldigen; ende zy haaten my met eenen wreveligen haat.