Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

IX.

18. Resch Aanzie myne elenden ende myne moeyte; ende neemt weg alle myne zonden. Zie myn moeit' aan en elenden, Delg al myne zonden uit, Wil U tot myn bystand wenden Tegen al het woest geluit, En den wreveligen haat Van hen, die myn ziel bespringen, En door al hunn' euveldaad, Tragten op myn val te dringen.19. Resch. Aanzie myne vyanden, want zy vermenigvuldigen; ende zy haaten my met eenen wreveligen haat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove