Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op de Wyze: O Heilig Zalig Bethlehem. I.

Hoe blinkt de kristallyne vloet Met zyne kabbelende stroomen, Waar meê hy al den gront begroet, Bespoelende de groene zoomen;

II.

Daar hy het land op zynen buit, Den spartelenden visch, komt nooden, Met deun geraas en zacht geluit, Langs malsche vette klaverzooden;

III.

Gereed, ten dienste van den mensch, Aan hem zyn volheid meê te deelen, En boven zyn waardy, naar wensch, Met aangenaame spys te streelen.

IV.

O Godt, Gy die het aardsche rond, En zyne volheid, hebt geschapen, En tot gebruik den mensch gegondt, Om daar zyn voedsel uit te rapen;

V.

Gy die de wilde woeste zee, Hebt van het vaste land gescheiden; Daar Gy het wild' en tamme vee Laat in de vruchtb're beemden weiden;

VI.

Bevochtigt door het vloeib're nat Der vlugge stroomen en rivieren, Die uit de zee, dat watervat, Als straalen om den aardkloot zwieren:

VII.

Of keeren naar hun oorsprong toe, Op tyd en perk hun voorgeschreeven, Des vlietens nog des stroomens moe, Maar onophoudlyk voortgedreeven:

VIII.

Daar duizend visschen onder een, In dezen glazen boezem, snellen, Waar uit men uwe Mogentheên, O Godt, met aandagt kan vertellen.

IX.

Wat is de mensch, dat Gy, ô Heer, Uw Scheps'len hem ten dienst wilt schenken, En uit uw volheid, tot uw eer, Hem weet te spyzen en te drenken.

X.

Ach dat myn hart volvaerdig wierdt, Om U, als Oorsprong aller dingen, Door uwen Goeden Geest bestiert, Godvruchtiglyk ter eer te zingen:

XI.

Op dat ik van ondankbaarheid, Voor U, bevrydt mogt zyn bevonden, En, door uw goedheid toebereidt, My hoeden mogt voor snoode zonden!

XII.

Wasch my, door 't water der Genaê, Van alle myn' onzuiv're smetten, Dat ik uw goedheid gade slaa, En stier my naar uw' heil'ge Wetten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove