X.
Dat is uw lust, als in geregtigheid,
Brandofferen, die gants en al verteeren,
En varren van de lippen, die U eeren.
Op uw altaar, U worden toebereid,
21. Dan zult Gy lust hebben aan de offerhanden der Gerechtigheid, aan brandoffer, ende een offer dat gantsch verteert wordt: dan zullen zy varren offeren op Uwen Altaar.