Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op de Wyze van den 9 Psalm. Of De Fransche Vlieger. I.

HOe open' ik best mynen mond, En 't hart, om op een goeden grond, O reine Godt, met myn gebeeden, Die zondig ben, voor U te treeden.

II.

Gy kent myn wegen en myn schuld, Ik weet dat Gy geen onrecht duldt, En dat ik ben, door veele zonden, Voor U geheel onrein bevonden.

III.

Zou ik dan smooren myn gebrek, Of eenzaam in een stil vertrek Mistroostig my tot kermen voegen, En bitter om myn zonden zwoegen.

IV

O neen, ik zal in uwen Zoon, In Hem alleen, voor uwen troon, Boetvaardig om uw Geest U smeeken, Die in zyn Naam door my moet spreeken;

V.

En vordren om des Middlaars regt, Vergiffnis door U toegezegt Aan hun die 't in zyn Naam begeeren, En van hun zonden zich bekeeren.

VI.

Bestier myn tong, bestier myn hart, Dat ik eerbiedig, onverwart, Tot U, ô Godt der vroome vad'ren! Met kinderlyke vrees mag nad'ren.

VII.

Een kooltje van uw liefdevuur, Van Jesus Altaar, moet dit uur Myn hart en tong met ernst ontsteeken, Om, door zyn Geest, tot U te spreeken.

VIII.

Zo word' ik van myn smart geredt. Zo zult Gy, Vader, myn Gebedt, In Christus, door zyn Geest, verhooren, My leiden als uw uitverkooren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove