Durf ik, die my weêr beladen,
Op het nieuw, met zonden vind,
Tot die Tafel der genaden
Naad'ren, als een Hemelkind;
Durf ik, die myn zonden ken,
En aankleevende gebreeken,
Die beproeft heb, wat ik ben,
Nu nog van te nadren spreeken?
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove