Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

IX.

Durf ik, die my weêr beladen, Op het nieuw, met zonden vind, Tot die Tafel der genaden Naad'ren, als een Hemelkind; Durf ik, die myn zonden ken, En aankleevende gebreeken, Die beproeft heb, wat ik ben, Nu nog van te nadren spreeken?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove