III.
6. Zain. Gedenk HEERE uwer barmhertigheeden ende uwe goedertierentheeden: want die zyn van eeuwigheid. Denk aan uw barmhertigheeden,
Uwe trouw. die eeuwig staat,
Maar het zondig overtreeden
Van myn jeugd niet gade slaat;
Denk aan my naar d'overvloed
Uwer goedheid, nooit volpreezen;
Dan zal ik zeer wel gemoed
En door troost gelukkig weezen.7. Ceth. Gedenk niet der zonden, myner jonkheid, nog myner overtreedingen. Gedenk myner na uwe goedertierenheid om uwer goedheid wille. O HEERE.