Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op den Toon van den 31 en 71 Psalm. I.

O hoe verkwiklyk zyn de wegen Van Siöns lieflyk padt, Daar zielenvreugd, een schat Des hoogen Hemels, is geleegen; Alwaar de vreedestraalen, Den Wandelaar onthaalen.

II.

Alwaar de Blyschaps beeken vlieten Voor een bedroeft gemoed, Zo liefelyk en zoet, Daar 't droevig hart kan rust genieten, En voor al 't bitter wroegen, Vind vreed' en waar genoegen.

III.

Alwaar een overvloed van goedren, Van 't Zalig Heilverbondt, In Christus bloed gegrondt, Te vinden is: en daar de Broedren In Vreede t'zamen woonen, En liefd' elkandren toonen.

IV.

Nu heb ik deezen dag bevonden, Wat Heil my is bereidt, De zeekre Zaligheidt, Door Jesus bloed en diepe wonden, Waar van ik al myn leeven, Godt dankbaarheid zal geeven.

V.

Laat uwen Geest my verder leiden, ô Godt, in waare deugd En Heiligheid, met Vreugd, Op dat ik mag uw eer verbreiden, En dus uw Beeld hier draagen, Daar 'k U door mag behaagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove