IV.
Toets of gy zyt in 't Geloove
En in Christus in der daad.
Deeze schat, dien niemant roove,
Baant den weg die tot Hem gaat.
Zonder deezen kan de mensch
Godt ook niet behaaglyk weezen;
Wie dien heeft behoeft, naar wensch,
Voor geen dood noch hel te vreezen.