Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Toon: Psalm 146. Of Roozemondt. I.

Heere, die my hebt geschapen, En noch daaglyks onderhoudt, Laat ik my toch niet vergaapen Aan des Waerelds klatergoudt, Maar geef dat ik tot uw Eer, Wandlen mag, myn Godt en Heer.

II.

Laat uw goeden Geest my leiden Door dit zondig traanendal, Om uw Eere te verbreiden; Hoedt my voor den zondenval, Die het vleesch en Waereld baart, En noch Kind noch Ouders spaart.

III.

Laat my mynen doop beleeven Zo als het een Christen voegt, Maak my in uw Woord bedreeven Daar de ziel zich in vernoegt, Daar het eenigst heilzaam goed Uwe kindren in ontmoet.

IV.

Leer my U voor alles t'eeren En oprecht gehoorzaam zyn, Met uw Kindren te verkeeren; Kwaad gezelschap als venyn Steeds te schuuwen, ja bereid My tot waare Heiligheid.

V.

Dat tot myner Oudren vreugden Ik my kwyt in mynen pligt, Wandelend' op 't pad der Deugden Naar uw Woord, myn lamp en licht 'T geen my op die Hemelbaan Als een fakkel voor zal gaan.

VI.

Wasch my Heere van myn zonden, Om des Heilands dierbaar bloed, Door wiens striemen, door wiens wonden, Voor de schulden is geboet, En de slaafsche zondenmagt, Is geheel te niet gebragt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove