Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Toon: ô Heilig Zalig Bethlehem. I.

BEdroefde ziel, die in het hart Om uwe zonden zyt verslagen, Die haar gevolg, de bittre smart, Door droevig naberou voelt knagen:

II.

Die wegens uwer zondenstaat, En gants verderffelyke gangen, Wier einde naar de helle gaat, Met naarheid uw gemoed voelt prangen:

III.

Die in des Waerelds ydelheid, En haar bedriegelyke wegen, Geen troost noch blydschap vindt bereidt, Maar straf en bits verwyt geleegen.

IV.

Die gantsch vermoeit zyt van het pak Van uwe zwaare snoode zonden Te torssen, met veel ongemak, Als etterbuilen, vuile wonden.

V.

Komt herwaards zonder onderscheid; Komt alle die u vindt belaaden, Voor u is heil en troost bereidt, Die uwe zielen kan verzaden.

VI.

Hier is voor u de waare rust: Hier wordt gy van uw pak ontslagen; Het strekt my tot een leevens lust, Bezwaarde harten t'onderschragen.

VII.

Ik wil den dood des zondaars niet, Maar dat hy eeuwiglyk zal leeven, En vry zyn van het zwaar verdriet, Waar toe 'k my heb tot Borg gegeeven.

VIII.

Wilt van uw schuld belydnis doen: Vliedt zonden die u als verzwelgen. Ik heb betaalt een zwaar rantsoen, Dat al uw strafschuld uit kan delgen.

IX.

Verlaat maar al uw' ydelheên En treed voortaan op myne wegen; Dan word gy vry van naar geween, En erft dus, voor den vloek, myn zegen.

X.

Hier is de balsem voor uw smart; Hier kan uw ziel haar ruste vinden; Hier is geneezing voor uw hart; Ey komt tot my, als myne vrinden.

XI.

Neemt, neemt het jok van myn gebodt Op u, en laat de zonden vaaren, Dan word gy vry van zondenslot, Dan zal ik my voor u verklaaren.

XII.

Myn jok is zagt, myn last is ligt, Myn leering zal als honig vloeijen, En door haar lieflyk onderrigt U doen, als vette kalvren, groeijen.

XIII.

Wat buiten my is, is verdriet, Vernist en schynschoon vol elenden; By my, ja my alleen, geniet Uw ziel de rust; waar zoud g' u wenden?

XIV.

Vermoeide zielen komt tot my, Tot uw behoud ben ik gekoomen; Hier is de ruste die men bly Geniet, die nimmer wordt ontnoomen.

XV.

De Duivel en het snood Verderf Staan op uw ziel gestaag te loeren, Ontvlietze, hier 's uw deel, uw erf, Ik zal u by myn Vader voeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.