Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Toon: Psalm 128 en 130. Of Wilhelmus van Nassouwen. I.

't Is Godt die eens de Watren En hunnen boezem schiep, Waar in de golven klatren En rollen in het diep, Daar veelerhande Vissen, Kriöelen onder een, Op dat men niet zou missen Den vangst voor het gemeen.

II.

Hy heeft den mensch gegeeven Verstand en Heerschappy, Om ook te zyn bedreeven In nutte Visschery: Op dat uit diepe gronden, Door wetenschap en list, De spys voor veele monden Zou worden opgevist.

III.

Schenk tot den vangst uw zeegen, O Godt, die 't ryklyk maakt, Waar buiten niets verkreegen Wordt, hoe men woelt en waakt, Op dat, eer wy vertrekken, Het eind' van ons verlangst, De dankbaarheid mag wekken Voor eenen goeden vangst.

IV.

Ach dat uw liefdekoorden Ons trokken tot U Heer, Op dat ons werk en woorden Geschikt zyn tot uw eer! Gy hebt Heer, boven wenschen, Een Visschers volk voor heen Tot Visschers van de menschen Gemaakt, door kragt van reên.

V.

Laat ons die gunst erlangen, Dat ook die zelve Geest, Door hen zo mild ontfangen, Op 't heilryk Pinksterfeest, Ons leid' op uwe wegen,' Naar 't rigtsnoer van uw woord, Daar 't Heil langs word verkreegen, 't Geen onze ziel bekoort.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove