Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op de Wyze van Bell' Iris. I.

ô Hoe vrolyk en gerust Leeft hy die zich weet te voegen, Met een hart vol zielsgenoegen Naar Godts woord, zyn wensch en lust; Die de Waereld en haar schatten, Met een geestlyk oog beschouwt, En naar waarde kan bevatten, 't Heil van die op Godt betrouwt!

II.

Want de waereld met haar goed, Haare Minnaars die gerustheid, Noch die vreedzaame meêwustheid, Nimmer vrolyk smaken doet, Wyl zy maar onzeekerheeden, Ja een los vergangbaar goed, Deelt, dat wel eens bly doet treeden, Maar ook haast weer treuren doet.

III.

Weg dan aaadsch' onzeekerheid, Die my niet gerust doet leeven, Noch kan waar genoegen geeven Van zo meenig mensch beschreid; Neen myn hart zoek beeter goed'ren, Schatten die daar boven zyn, En op aarde de gemoedren Vergenoegt, ja troost in pyn.

IV.

Schenk my een vernoegt gemoed, Hartekenner, uit genade, 't Zy in voorspoed of in schade, Dat ondankbaarheid nooit voed, Wyl hier alles, met uw kind'ren, Door uw zorg, ten besten werkt, Daar niets kan hun hoop vermindren, Als Gy hen door zegen sterkt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove