Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

VIII.

Myn mond, die als geslooten door het leed Der zonden is, zult Gy op nieuw ontsluiten, Om uwen lof, den roem uw 's Naams, steeds t'uiten, Voor al het goed aan myne ziel besteedt. Gy neemt daar in geen lust, dat myne hand U een aantal Brandoffren zou bereiden, En duizenden van beesten, door den brand Verteert, haar vlam van uwen altaar spreiden. 17. HEERE, open myne lippen: zo zal myn mond uwen lof verkondigen. 18. Want Gy en hebt geen lust tot offerhanden, anders zoude ikze geeven: in brandofferen hebt Gy geen behaagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove