IX.
Ik ben uw knegt. ja Heer, ik ben uw knegt,
Uw dienstmaagds zoon, Gy hebt my uit myn banden
Ontkluistert, dies zal ik U offerhanden
Van dankbaarheid opoffren naar het recht.
16. Och HEERE, zeekerlyk ik ben uw knecht, ik ben uw knecht, een Zoone uwer Dienstmaagd: Gy hebt myne banden los gemaakt.
17. Ik zal u offeren een Offerhande van Dankzegginge, ende den Naame des HEEREN aanroepen.