Hy is in zonden eerst ontfangen,
Uit vleeschelyke liefdens lust;
De dragt doet zyne moeder prangen
Door pyn en neepen zonder rust;
Hy blyft in 't duister opgeslooten,
Tot hy op aard' wordt uitgestooten.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove