Dit kan ook gezongen worden, op de voorgaande Wyze,
I.
Myn ziele staat, o Godt, als stom,
Onmagtig U naar eisch te roemen,
Uw weg is, Heer, in 't Heiligdom!
Wie is 'er nevens U te noemen?
II.
Gy zyt een Godt die wondren doet,
Die uwe sterkt' aan ons laat blyken,
Wiens liefd', in Christus, ons gemoed
Bevreedigt en den schrik doet wyken.
III.
Gy hebt ons, Heer, aan uwen Difch
Verzeekert van het eeuwig leeven;
De matte ziel met laafenis
Gedrenkt, en 't hart zyn spys gegeeven.
IV.
Laat uwen Geest ons nu voortaan
Geleiden, om, met wisse schreeden,
Het spoor des hemels in te slaan,
En daar langs, tot uw' eer, te treeden.
V.
Uw liefde bloey met volle kragt
In ons, tot U, en onze broedren:
Uw lof zy eeuwig voortgebragt,
Van ons uit dankbare gemoedren.