Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op de Wyze: Uit mynes herten gronde. I.

ô Godt, der Weezen Vader En toevlugt in den nood, Die uit uw goedheids ader Schenkt troost zelfs in de dood; De dood, wiens woest geweld Myn Ouders heeft doen sterven, En doet hun hulp my derven, In deezen staat gestelt.

II.

Uw onuitputbre goedheid Kan deezen zwaaren slag Vergoeden door haar zoetheid, En geeven my gelach Voor treurigheid, o Heer: De wond, door U geslagen, Kan uw goed welbehagen Weêr heelen, tot uw eer.

III.

Vertroost my met uw zeegen, ô Vader, als uw Kind, En lei my op die wegen Daar 't hart zyn blyschap vindt; Geef dat wie my ontmoet, Door myn verlies bewoogen, Uit Godtsvrucht, met meêdoogen, My help als eigen bloedt.

IV.

Nu 'k myner Oudren reeden, Hun onderwys en raad, Tot deugd en goede zeeden Moet missen, Vader, laat, Nu uwen goeden Geest, Myn ziel inwendig leeren, Om U, myn Godt, steeds t'eeren En dienen onbevreest.

V.

Miss' ik hun nyvre zorgen Voor 's levens onderhoudt, Van d'een tot d'andre morgen, Op uwe hulp gebouwt; Gy kundt, dien 't al behoort, My meerder in dit leeven, Dan zelfs myn' Ouders geeven, Wyl 't al van U komt voort.

VI.

ô Vader van de Weezen, Der Weêuwen scherm en schild, Hy heeft hier niets te vreezen, Dien Gy beschermen wilt; Bescherm my dan, ô Heer, Voor Satans list en laagen, Voor alle snoode plaagen, En lei my tot uw eer.

VII.

Laat uwe hand my vatten En leiden naar uw raad, Dat ik niet uit mag spatten Tot zond' of overdaad; Ach schenk my al dit goed; Geef dat ik dankbaar wandle, En alzins eerlyk handle, In voor- en tegenspoed.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove