Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

XI.

22. De Steen [dien] de Bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden. De Steen die eerst veragt in d'oogen Der Bouwlieden van Siön scheen, Is nu verheerlikt in vermoogen, Een Grondslag en een Geevelsteen; Dit wist Godts Hand dus uit te werken, In weerwil van 't verhard gebroed, Een wonder voor die geen die merken, Wat Godt aan zyn Gezalfden doet.23. Dit is van den HEERE geschied, [ende] het is wonderlyk in onze oogen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove